CAO nr. 109 : Op weg naar een algemene motiveringsplicht bij ontslag?
14
sep

CAO nr. 109 : Op weg naar een algemene motiveringsplicht bij ontslag?

Het is van belang te weten dat de CAO enkel van toepassing is indien het ontslag uitgaat van de werkgever. Ook worden bepaalde werknemers en arbeidsovereenkomsten geheel of gedeeltelijk van het toepassingsgebied uitgesloten (art. 2).

De CAO valt uiteen in twee luiken: (i) het recht van de werknemer om de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid te kennen (art. 3 t.e.m. 7) en (ii) het recht voor de werknemer op een schadevergoeding indien zijn ontslag kennelijk onredelijk was (art. 8 en 9).

Het dient benadrukt te worden dat het eerste luik gaat om een motivering ex post: de werkgever is enkel verplicht het ontslag te motiveren, op straffe van een burgerlijke forfaitaire boete van twee weken loon, wanneer de werknemer hier geldig om verzoekt (art. 3 t.e.m. 5).

Indien de werkgever reeds spontaan de ontslagredenen heeft meegedeeld én deze schriftelijke mededeling elementen bevat die het de werknemer toelaten om de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid te kennen, is hij niet verplicht om op het verzoek van de werknemer te antwoorden (art. 6). Het behoort tot de beoordelingsvrijheid van de rechter om te oordelen of de concrete redenen aan de werknemer toelaten een geïnformeerd oordeel te vormen over de redelijkheid van het ontslag.

Het tweede luik bevat een omschrijving van het begrip kennelijk onredelijk ontslag, hetgeen quasi identiek is aan het opgeheven artikel 63 Arbeidsovereenkomstenwet (art. 8). Het toepassingsgebied van het tweede luik is echter beperkt tot werknemers die tewerkgesteld worden op basis van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

Hier dient opgemerkt te worden dat enkel de kennelijke onredelijkheid van het ontslag getoetst mag worden en aldus niet de opportuniteit van het beleid van de werkgever. Het gaat dan ook om een marginale toetsing, die beperkt blijft tot de motieven van het ontslag.

In geval van een kennelijk onredelijk ontslag, is de werkgever een schadevergoeding van minimaal 3 weken en maximaal 17 weken verschuldigd (art. 9).  De hoogte van de schadevergoeding is afhankelijk van de gradatie van de kennelijke onredelijkheid van het ontslag, waarbij de bewijslast steeds in de schoot van de werknemer valt.

Ook dient melding gemaakt te worden van de bewijsregeling vervat in de CAO (art. 10). Zo behoort het o.m. toe aan de werknemer om het bewijs te leveren van elementen die wijzen op de kennelijke onredelijkheid van het ontslag wanneer hij geen (geldig) verzoek heeft gericht aan de werkgever.

Aldus is het niet correct te stellen dat de CAO nr. 109 een algemene motiveringsverplichting invoert. Al doet een voorzichtig werkgever er wel goed aan om schriftelijk, voldoende concreet en tijdig te reageren op een verzoek van de werknemer om de ontslagmotieven te kennen, zélfs indien hij de ontslagmotieven reeds spontaan heeft meegedeeld. Het is immers steeds beter voorkomen dan genezen…