Recidive in het verkeer : een gewaarschuwd weggebruiker is er twee waard
15
dec

Recidive in het verkeer : een gewaarschuwd weggebruiker is er twee waard

Het herhalingsregime is door de invoering van de Wet van 9 maart 2014 aanzienlijk strenger geworden, zowel wat betreft het toepassingsgebied als wat betreft de bestraffing.

 De nieuwe regeling is uiteengezet in art. 38 § 6 Wegverkeerswet. Er is sprake van herhaling indien men een zware verkeersovertreding begaat en men binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het vorige in kracht van gewijsde gegane vonnis, opnieuw een zware verkeersovertreding begaat.

Meer concreet gaat het om de volgende overtredingen :

  • Art. 29, §1, eerste lid Wegverkeerswet : overtredingen van de vierde graad;
  • art. 29, §3, derde lid Wegverkeerswet : overschrijdingen van de toegelaten maximumsnelheid waarbij verplicht een verval van het recht tot sturen wordt opgelegd (bv. overschrijdingen van meer dan 40 km/u buiten de bebouwde kom);
  • Art. 30, §1, 2 en 3 Wegverkeerswet : overtredingen betreffende (voorlopig) rijbewijs (bv. rijden zonder rijbewijs);
  • Art. 33, §1 en 2 Wegverkeerswet : vluchtmisdrijf;
  • Art. 34, §2 en art. 35 Wegverkeerswet : zware alcoholintoxicatie en dronkenschap;
  • Art. 37 Wegverkeerswet : toevertrouwen van een voertuig of aanzetten tot sturen bij intoxicatie of dronkenschap;
  • Art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet: drugsintoxicatie;
  • Art. 48 Wegverkeerswet : het besturen van een voertuig of begeleiden van een bestuurder terwijl er een verval / opschorting van het recht tot sturen werd uitgesproken;
  • Art. 62bis Wegverkeerswet : het tegenwerken van de opsporing en van de vaststelling van overtredingen.

 

Er weze aan herinnerd dat er vóór de invoering van de Wet van 9 maart 2014 slechts sprake was van herhaling indien een soortgelijk misdrijf opnieuw gepleegd werd binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het vorige in kracht van gewijsde gegane vonnis. Er was dus sprake van herhaling indien men bijvoorbeeld een voertuig bestuurde in staat van dronkenschap, terwijl men minder dan drie jaar voordien reeds een veroordeling wegens dronkenschap had opgelopen.

Thans is het evenwel niet langer vereist dat het om een soortgelijk misdrijf gaat. Zo zal er sprake zijn van herhaling indien men veroordeeld wordt voor het besturen van een voertuig in staat van dronkenschap, en men binnen de drie jaar vanaf de datum van deze veroordeling bijvoorbeeld een zware snelheidsovertreding begaat.

Wat betreft de bestraffing dient opgemerkt dat de rechter in geval van herhaling thans verplicht een rijverbod moet opleggen van minimum drie maanden. Bovendien dient het herstel van het recht tot sturen afhankelijk gemaakt te worden van het slagen in vier herstelexamens en herstelonderzoeken, meer bepaald een theoretisch examen, een praktisch examen, een medisch onderzoek en een psychologisch onderzoek.

Indien er sprake is van een tweede of derde herhaling in de periode van drie jaar sinds de vorige veroordeling, dient de rechter, naast de vier verplichte examens en onderzoeken, een rijverbod op te leggen van respectievelijk (minimum) zes maanden en negen maanden.

Volledigheidshalve dient opgemerkt dat de herstelexamens en herstelonderzoeken ook hun invloed hebben op de kosten die een veroordeling met zich meebrengt. Naast een geldboete, de gerechtskosten en de verplichte bijdrage aan het slachtofferfonds, zullen immers ook de kosten van de herstelexamens en herstelonderzoeken door de veroordeelde betaald moeten worden.

Gelukkig voor de beklaagde kan de rechter wel, in geval van verzachtende omstandigheden, een gedeelte van het rijverbod opleggen met uitstel, en de geldboete verminderen met de kosten van de herstelexamens en herstelonderzoeken (op voorwaarde dat de examens en onderzoeken voor de eerste maal worden afgelegd).

Door de invoering van de Wet van 9 maart 2014 is het herhalingsregime aanzienlijk strenger geworden, zowel wat betreft het toepassingsgebied als wat betreft de bestraffing. Er is thans sprake van herhaling indien men een zware verkeersovertreding begaat en men binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het vorige in kracht van gewijsde gegane vonnis, opnieuw een zware verkeersovertreding begaat. Het is hierbij niet langer vereist dat het om een soortgelijk misdrijf gaat. Wat betreft de bestraffing weze eraan herinnerd dat de rechter bij een eerste, tweede en derde herhaling thans verplicht een rijverbod moet opleggen van respectievelijk (minimum) drie maanden, zes maanden en negen maanden. Bovendien dient het herstel van het recht tot sturen afhankelijk gemaakt te worden van het slagen in vier herstelexamens en herstelonderzoeken waarvan de kosten ten laste vallen van de veroordeelde. Een gewaarschuwd weggebruiker is er twee waard …