Het niet-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst
19
mei

Het niet-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst

1. Het begrip

Een concurrentiebeding zoals bedoeld in artikel 65 § 1 van de Arbeidsovereenkomstenwet is een beding waarbij de werknemer de verbintenis aangaat bij zijn vertrek uit de onderneming geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden bij een concurrerende werkgever, waardoor hij de mogelijkheid heeft de onderneming die hij heeft verlaten, nadeel te berokkenen door de kennis die eigen is aan die onderneming en die hij op industrieel of op handelsgebied in de onderneming heeft verworven, voor zichzelf of ten voordele van een concurrerende onderneming aan te wenden.

2. De geldigheidsvoorwaarden

jaarloon – Het concurrentiebeding opgenomen in een arbeidsovereenkomst waarvan het jaarloon het bedrag van € 33.472 niet te boven gaat, wordt als niet-bestaande beschouwd. Indien het jaarloon tussen € 33.472 en € 66.944 bedraagt, is het beding enkel geldig voor bepaalde functies bepaald bij cao. Behoudens voor bepaalde functies uitgesloten bij cao, is het beding enkel geldig indien het jaarloon meer bedraagt dan € 66.944.

Het is belangrijk op te merken dat het jaarloon het loon is zoals verschuldigd op het ogenblik dat het beding uitwerking zal hebben, m.n. de dag waarop de arbeidsovereenkomst tot een einde komt.

Overige –  Het beding dient schriftelijk te worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Tevens dient het beding te voldoen aan volgende geldigheidsvoorwaarden: het dient betrekking te hebben op soortgelijke activiteiten; het dient geografisch beperkt te zijn tot de plaatsen waar de werknemer de werkgever werkelijke concurrentie kan aandoen en het mag slechts een uitwerking hebben gedurende maximaal 12 maanden vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen.

Het beding dient daarnaast te voorzien in een forfaitaire compensatoire vergoeding te betalen door de werkgever. Deze vergoeding dient minstens gelijk te zijn aan ½ van het brutoloon dat overeenstemt met de toepassingsduur van het beding. Het brutoloon dient berekend te worden op het loon ontvangen de maand voorafgaand aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen.

Sanctie – De geldigheidsvoorwaarden zijn op straffe van nietigheid voorgeschreven. Echter kan alleen de werknemer de nietigheid van het beding inroepen.

3. Uitwerking

Afstand – De werkgever heeft steeds het recht om binnen een termijn van 15 dagen -  te rekenen vanaf het ogenblik van de beëindiging van de overeenkomst-  af te zien van de toepassing van het concurrentiebeding. Hierdoor dient de werkgever de compensatoire vergoeding niet aan de werknemer te betalen. Anderzijds staat het de werknemer dan wel vrij om de werkgever te beconcurreren.

Het recht om afstand te doen is aan geen enkele bijzondere vormvoorwaarde onderworpen. Gelet op de bewijslast, dient het echter bij voorkeur te gebeuren middels aangetekend schrijven.

Geen uitwerking -  Veel werkgevers verliezen uit het oog dat het beding geen enkele uitwerking heeft wanneer aan de arbeidsovereenkomst een einde wordt gemaakt ofwel gedurende de eerste 6 maanden, ofwel na deze periode door de werkgever zonder dringende reden of door de werknemer om een dringende reden.

4. Schending van het concurrentiebeding

De werknemer die het geldig concurrentiebeding toch overtreedt, is ertoe gehouden de werkgever de compensatoire vergoeding terug te storten. Daarnaast dient de werknemer aan de werkgever een gelijkwaardig bedrag te betalen.  

Er is evenwel slechts sprake van een schending van het concurrentiebeding wanneer de nieuwe werkgever dezelfde activiteiten uitoefent als de oorspronkelijke werkgever en wanneer de werknemer dezelfde functie uitoefent als voorheen. Hierbij moet rekening gehouden worden met de daadwerkelijk uitgeoefende functie en niet met de functie zoals omschreven in de arbeidsovereenkomst.

5. Besluit

Voor werkgevers die een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst wensen in te voeren is het belangrijk de geldigheidsvoorwaarden na te gaan. Zonder de hierboven opgesomde geldigheidsvoorwaarden is het beding immers nietig. Voor werkgevers die in de arbeidsovereenkomst een (geldig) concurrentiebeding hebben opgenomen, maar deze niet wensen af te dwingen, bestaat steeds het recht om afstand van te doen. Tot slot is het ook als werknemer belangrijk de geldigheidsvoorwaarden van het beding na te gaan en de ongeldigheid al dan niet op te werpen.